Doe Alsof Hij Niet Bestaat. De Narcist Is Niemand.

Afbeeldingsresultaat voor narcissus mythe black white

Een ex van mij was een narcist, als je niet weet wat een narcist is, lees dan eerst even dit. We zijn al een hele tijd uit elkaar. De reden dat ik dit schrijf is niet omdat ik nog gevoel voor hem heb, niet omdat ik hem terug wil en ook niet omdat ik spijt heb. Ik heb er erg lang over nagedacht om dit online te zetten, om het alleen al te vertellen. Een paar mensen weten wat er precies is gebeurd, maar lang niet iedereen. Niet dat iedereen het perse moet weten, ik doe dit om het van me af te schrijven, dat helpt namelijk. We zijn een hele tijd bij elkaar geweest, zo’n vier jaar. En ik ga hier echt niet alleen maar shitzooi op lopen ratelen want we hebben het ook echt leuk gehad samen. Ik hield ontzettend veel van hem, maar misschien wel iets te veel. Daarom heeft het ook zo godsgruwelijk lang geduurd om te vertrekken. Het was allemaal super leuk samen, totdat hij vreemd ging. Dat heeft alles verpest zou je misschien zeggen, maar uiteindelijk ben ik blij dat ik het met hem heb meegemaakt. We waren kindloos, niet getrouwd en woonden op dat moment niet samen. Als het perfecte moment hiervoor zou bestaan dan was het toen. Ik was naïef, ik had nauwelijks ervaringen in relaties en alles wat hij me vertelde geloofde ik zonder er iets achter te zoeken. Zo zaten we een keer naast elkaar op de bank en ik merkte op dat hij veel aan het appen was met iemand genaamd ‘N’. Zo stond het ook in zijn telefoon opgeslagen. Ik vroeg wie dat was. Hij zei; “Oh, dat is Vincent.” Ja, zo naïef was ik dus. In de zomer mocht ik niet op zijn balkon komen omdat ze mij daar misschien wel zou kunnen zien zitten. Zij wist namelijk niet dat hij met met mij was. Ik ga het hier verder niet meer over hebben want het is al erg lang geleden. De dame in kwestie en ik hebben het een soort van uitgesproken en nu hoeven we elkaars koppen niet meer in te slaan. Ik hoop dat we allebei geen trauma hebben opgelopen aan het zien van bepaalde bloederige foto’s na het vertellen aan meneer dat we niets meer met hem te maken wilde hebben.

Na het hele vreemdgaan gebeuren stond ik iets anders in onze relatie. Ik lette beter op. Maar ook had ik minder respect voor hem. Ik begon mezelf steeds belangrijker te vinden en werd wat beter gebekt. Hadden we eerder ruzies, hield ik mijn mond dicht en begon ik vaak te janken, later schold ik hem de huid vol, vond ik dat ik gelijk had en vertrok ik met mijn spullen weer naar huis. We hadden best vaak ruzie. Soms alleen woorden en dreigementen als “IK GA NAAR HUIS EN KOM NOOIT MEER TERUG!” -wat de grootste leugen ever is trouwens-  en soms vlogen de bekers de kamer door. Heeft iedereen wel eens gehad denk ik. En zo niet, probeer het eens. Gewoon tegen een deur aan smijten. Deden wij ook. De deur was wel kapot daarna. Hij gooide eens een glas in de vaatwasser. Is ook mooi trouwens. Wat minder mooi was, was dat dit saai begon te worden en niet genoeg effect had. Want mensen gaan alleen met dingen gooien zodra ze er met woorden niet uit komen. En als het gooien van spullen op muren of deuren ook niet meer werkt dan ga je elkaar te lijf. Vooral een narcist, die wordt pas agressief wanneer hij of zij geen controle meer heeft over de situatie. We hadden ruzie over iets, waarschijnlijk was het super achterlijk, maar het liep erg hoog op. Ik trok het toontje waarop hij tegen me praatte niet, en hij die van mij ook niet. Hij kon er ook vrij slecht tegen als ik deed alsof het me geen flikker kon schelen. Uitspraken als; Dan doe je dat toch lekker? of; Dan rot je toch lekker op! Werden niet op prijs gesteld. De eerste keer dat dit gebeurde zat ik op de bank met een sigaret. Hij liep weg van de ruzie en ik zei iets in de trant van bovenstaande. Hij stopte en draaide zich om. “Wat zei je?” vroeg hij kalm. Ik herhaalde mezelf. Hij liep op me af en greep met één hand mijn pols, met de ander mijn hand. Hij duwde de sigaret die tussen mijn vingers zat richting mijn pols. Al is dit anatomisch gezien onmogelijk tenzij je iemands pols breekt, dat was volgens mij niet de bedoeling, maar ik schrok hier wel van. Op dat moment dacht ik KOM MAARRR met mijn zieke hoofd, maar dit was natuurlijk niet normaal. Een paar weken later lagen we in bed. Ik maakte een opmerking, hij trok de dekens van me af en ik kreeg ze ook niet meer terug. Ik stond op, schold hem uit, pakte mijn telefoon en smeet die naar zijn hoofd. En ik raak nooit iets, behalve toen. Een paar seconden later had hij een dik bloedend ei op zijn voorhoofd. Ik schrok me de tyfus en rende naar de vriezer voor ijs. Wat doe je nou stomme mongool? Dacht ik bij mezelf. Het ging van kwaad tot erger. Hij had foto’s gemaakt van zijn oorlogswond om als chantagemateriaal te gebruiken voor de volgende keer. Daar kwam ik pas later achter toen we (verassing) weer ruzie hadden. We vonden elkaar of heel lief, of heel kut. Er tussenin zat niets bij ons. Ik heb een keer zijn sneakers naar buiten gegooid, vanaf de woonkamer, door de hal zo poef, van het balkon af. Hij heeft een keer de simkaart uit mijn telefoon getrokken en weg gegooid. Ondanks alles besloten we toch dat het wel een fantastisch idee was om samen te gaan wonen. Het heeft al met al zo’n negen maanden geduurd. Ik denk dat het hele blok ons heeft horen schreeuwen want ruzie hadden we daar ook veel. Of ze dachten dat we super ruige seks hadden, dat kan ook nog.

Vanaf het moment dat hij vreemd was gegaan schreeuwde er altijd al iets tegen me dat ik bij hem weg moest. Meer een soort van oerinstinct was het, vluchten moest ik. Maar waarom wist ik eigenlijk niet. Toen we samenwoonden kwam ik erachter dat hij veel in mijn buurt wilde zijn en graag controle wilde hebben. Als ik weg was kreeg ik vaak een schuldgevoel. “Lekker gezellig” kreeg ik dan te horen. Of; “Je was met je vriendin S. toch? Ik heb daar helemaal geen foto van gezien”. Ik vond het ook irritant dat hij zoveel thuis was, ga iets doen dacht ik. We hadden regelmatig ruzie over het huishouden. Ik weet niet eens meer waar alles precies over ging, maar op een avond was ik boos om iets. Ik stond in de badkamer, hij riep iets en daar reageerde ik op. Hij liep mompelend weg. Daar heb ik zo’n schijthekel aan, als iemand al pratend wegloopt, en je het dan net niet kunt verstaan. Uit pure frustratie gooide ik mijn oorbel, dat was het enige wat voor het grijpen lag, achter hem aan. Hij stopte en draaide zich om richting mij. Ik stond bij de wastafel met mijn rug naar hem toe. Hij liep met grote passen op me af, ik draaide me om, om de confrontatie aan te gaan. Hij duwde me tegen de wastafelrand aan, drukte me achterover en greep met zijn hand naar mijn keel. Hij hield me stevig vast, zo stevig dat ik er niet aan kon ontsnappen. “Wat deed je net?” Vroeg hij geïrriteerd. Ik probeerde me los te rukken, gilde het uit en sloeg wild in het rond. Hij liet me los en liep de kamer uit. Ik schold hem nog eens uit en ging verder met waar ik mee bezig was. Gek genoeg was het vaak de volgende dag weer uitgepraat. Ik praatte er nooit over met mensen omdat ik bij hem wilde blijven. Zij zouden alleen maar hun oordeel geven en daar had ik geen behoefte aan. Hij kon ook heel lief zijn, en dat compenseerde elkaar. Ik weet ook niet waarom ik niet eerder weg ben gegaan bij hem.

De volgende ruzie was wederom thuis. Ik stond me op te maken voor de spiegel in de gang. Hij liep vanuit de woonkamer achter me langs de keuken in. Volgens mij hadden we een discussie over de prullenbak, hoe interessant. Het ging wederom nergens over. Hij zei iets wat te maken had met dat hij zo niet kon samenwonen of zoiets. Mijn reactie was heel ongeïnteresseerd; “Dan rot je toch lekker op”. Had ik niet moeten zeggen. Ik draai me om om iets te pakken, ondertussen hoor ik hem de keuken uit stampen. Hij grijpt me van achter vast, opnieuw met zijn arm om mijn strot en hij zegt iets. Ik grijp zijn arm vast met twee handen om hem van me af te halen maar hij is te sterk voor me. Hij duwt me van zich af. Ik val voorover en klap met mijn knieën op de vloer, daar lig ik dan. Automatisch sta ik meteen op en vraag hem waar hij in godsnaam mee bezig is. Hij kijkt me aan, daarna kijkt hij weer weg. Hij zoekt iets. Kom maar op, dacht ik. Het enige wat hij kon vinden was een potje nagellak. Hij smeet het kapot tegen de muur, de lak zat overal. De muren, vloer en mijn kleren waren beige gekleurd, het glas zat in mijn arm. Het was klaar. De ruzie, maar ook onze relatie. Direct daarna vertrok ik naar een vriendin richting Apeldoorn. Onderweg naar het station belde ik met een andere vriendin. Ik vertelde haar alles. Ik stond trillend op het station met een kopje koffie in mijn hand. Vijf minuten later gaat mijn telefoon. Het was een screenshot van een gesprek tussen hem en mijn collega. Hij vertelde mijn collega zomaar dat ik al heel lang een oogje op hem had. Pure jaloezie was dit, dacht ik. Reageren kon ik dan ook niet. De dag ging voorbij. Toen ik ’s avonds thuis kwam heb ik hem verteld ermee te willen stoppen. Ik moest het verhaal zo omdraaien dat ik alleen wilde zijn, en dat het eigenlijk niets met hem te maken had. Anders begon hij weer te flippen, dacht ik.

De weken daarna waren verschrikkelijk. We woonden nog samen maar waren uit elkaar. Ik fietste in de ochtend naar mijn werk. Als ik dat doe fiets ik langs mijn woning, standaard kijk ik altijd even naar boven. Hij stond op het balkon. Zijn handen zaten aan de regenpijp geklemd, zijn voeten stonden op de railing. “Doe maar niet!” zei ik, en fietste door. In het weekend stond ik ’s ochtends een keer onder de douche. Ineens vloog de badkamerdeur open, het douchegordijn werd aan de kant getrokken en daar stond hij met mijn telefoon in zijn hand en zijn blik op oneindig. “Waarom zit er ineens een code op je telefoon?!” -“Nou, omdat het je geen zak aan gaat wat ik daarmee doe, en omdat je al eens eerder een collega van me hebt uitgescholden via WhatsApp toen we ruzie hadden en ik nu een keer een normale baan heb en die niet ga riskeren door jouw onbenulligheid, daarom”. Hij haalde de simkaart weer uit mijn telefoon zodat ik niemand kon bereiken en liep de badkamer uit. Drie minuten later stond ik onder een koude douche. We woonden in een oud huis en meneer had de geiser uitgezet. Ook had ik de prikpil gehaald bij de apotheek, die had ik opgeborgen in mijn tas. Midden in de nacht kwam hij thuis van zijn werk. De deur van de slaapkamer vloog open en hij smeet het doosje naar mijn hoofd. Daar gaan we weer. Dacht ik. De volgende dag had hij de spuit in twee stukken gebroken en vond ik hem in de prullenbak. Gelukkig had ik snel een nieuwe woning. Snel na het regelen van alle administratieve dingen zou ik mijn huurcontract ontvangen. Deze werd compleet met nieuwe adresgegevens en inlogcode voor mijn profiel, naar mijn oude adres verstuurd. Het adres waar hij woonde. Twee dagen later kreeg ik telefoon van de woningbouw. “Mevrouw, uw gegevens zijn gewijzigd, klopt dat?” Ik logde in en zag dat ik ineens gehuwd was, compleet met andere achternaam. Al snel ontving ik ook een berichtje van hem dat hij wist waar ik zou gaan wonen, en dat ik maar uit moest kijken. Nadat ik de sleutels had ontvangen vond ik dagelijks post in mijn brievenbus. Hij zei dat het niet van hem kwam, maar ik heb zo mijn twijfels. Hij heeft er zelfs de politie voor gebeld om dit weg te laten halen uit mijn artikel “A Tribute To My Ex”.

De laatste periode ging als als een sneltrein voorbij. Het enige wat ik wilde was dat het zo snel mogelijk over zou gaan. Hij viel niet alleen mij lastig, maar ook mijn collega’s. Toen ik uiteindelijk mijn eigen plekje had en rust kreeg begon de volgende ellende. Hij heeft mij mentaal kapot gemaakt. Of hij heeft iets verschrikkelijks in mij aangewakkerd. Pas na een dik jaar ging ik eindelijk naar de dokter om te vragen wat er in godsnaam met me aan de hand was. Ik had een gegeneraliseerde angststoornis met agorafobie en paniekaanvallen ontwikkeld. Dat was de analyse. Je lichaam schijnt dus in één of andere overlevingsstand te gaan tijdens zo’n periode, en zodra je rust krijgt ga je alles verwerken, maar soms lukt dat niet alleen. Dat had ik dus. Ik kreeg overal last van. Ik was mijn huis aan het ontlopen, kon niet eens meer normaal boodschappen doen, wilde niet meer fysiek shoppen en als ik dat deed werd ik helemaal gek. Met mensen afspreken werd steeds lastiger, en zodra iemand ook maar enigszins intimiderend overkwam werd het helemaal zwart voor mijn ogen en dacht ik dat ik flauwviel. Ik was benauwd, had hoofdpijn, geen honger, pijn in mijn nek, pijn in mijn buik, pijn in mijn ribben. Overal had ik last van. Ik dacht dat ik dood ging. Iedere dag. Ik had huilbuien wanneer ik van mijn werk naar huis fietste, ik had geen zin om dingen te doen, ik was constant zenuwachtig, ik at slecht en ik dronk veel. Ik was bang voor mezelf.

*Dit artikel is geschreven in 2017, inmiddels ben ik in therapie geweest voor mijn angststoornis en zo goed als “genezen”. Ik heb geen last meer van mijn ex. Ik kan er nu op een normale manier aan terug denken. En ondanks alle haat en pijn die het mij heeft gekost, wens ik hem niets minder dan een goed leven vol met liefde. Ik heb hem vergeven, niet omdat het niet meer uitmaakt, maar omdat ik hem daarmee de macht ontneem. Ik heb mezelf weer terug gevonden en ben er alleen maar sterker uit gekomen. Ik hoop dat dit artikel zin heeft voor mensen die ook slachtoffer geweest zijn van narcistisch misbruik. Er is tot op heden nog te weinig bekend en de diagnose bestaat zo goed als niet. Dat is ook een reden dat ik mijn verhaal online heb gezet. Doe alsof hij of zij niet bestaat. De narcist is niemand. 

Bron

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s