De Man Met De Camper 3.0

Het is zonder onze pauze meegerekend onze zesde date. We zijn ondertussen alweer drie maanden verder. Vanavond ga ik voor het eerst naar hem toe. Naar zijn huis. Naar het huis waar de camper staat en waar de Lacoste en Tommy Hilfiger polo’s hangen. Om dat maar even duidelijk te maken. Hij woont in een onmeunig kakdorp vlakbij mijn stad. Ik ben zelf eens in dat onmeunige kakdorp geweest en toen ik wilde neerstrijken op een terras in de fucking bloedhoerenhitte werd ik gewoon weg gekeken. Mijn lijf zit namelijk best wel royaal onder de plakplaatjes. Tel daar porno blond haar bij op en een grote muil en daar heb je het. Stads. Te stads voor dit dorp. En hoe leuk ik het ook wilde vinden, ik werd nagestaard en verwaand aangekeken door andere mensen in Lacoste en Tommy Hilfiger polo’s. Ik ben hierna maar weer vertrokken.

Goed. Dat dorp dus. Daar ga ik straks naartoe. Ik zit er aan te denken om mijn Uggs aan te trekken en mijn naamketting om te doen, maar ik doe het niet. Man Met Camper heeft nog steeds niet geantwoord op mijn vraag “Waar moet ik heen?” En gezien ik mijn god niet weet waar hij woont krijg ik de stille hoop dat hij me komt ophalen. Het is mistig buiten en het vriest -45688 graden dus ik vind wel dat ik dat mag hopen. Ter voorbereiding heb ik me vanochtend al leeg gescheten, gedoucht, gescrubd, geschoren en twee condooms in mijn tas gepropt. Je weet het niet hè? Zesde date mensen, seks staat bijna op onze voorhoofden geschreven. Althans, op die van mij dan. Ik besef me goed dat als ik een stap verder wil gaan het initiatief van mijn kant moet komen gezien het feit dat ik heb aangegeven bindingsangst te hebben en niet te snel wil gaan. En laat initiatief nemen nou niet mijn sterkste punt zijn. Ik kan niet zo goed nemen. Ik ben meer van het genomen worden. Oké sorry, fout.

Hij stuurt ondertussen zijn adres. Godver. Ik moet fietsen. En nee, ik ga hem niet vragen mij op te halen. Ik ben een sterke onafhankelijke vrouw en ik stap zelf op die klote fiets naar kakdorp. Gelukkig zie ik het nog mistiger worden buiten dus de kans is groot dat kakdorp me niet eens zal opmerken.

Paniek. Hoe vind ik zijn huis in het donker? Ik kan die huisnummer bordjes nooit lezen. Straks staat hij voor het raam en ziet hij mij ongemakkelijk zoeken. Straks bel ik aan bij de verkeerde persoon. Straks moet ik half iemands tuin inlopen om het huisnummer te kunnen zien. WAAROM IS HET LEVEN ZO MOEILIJK?!

Ik ben er klaar mee en neem een glas wijn. Het is tenslotte al bijna vijf uur. Shit. Over een uur is hij bijna thuis. Waarom ben ik nu ineens zo zenuwachtig? Ik heb hem al zes keer gezien! Waarom zit ik nog zo chill een blog te schrijven terwijl ik me moet klaarmaken? Ik krijg de slappe lach. Met mezelf. Even weet ik niet waar ik last van heb. Of even, ik weet eigenlijk helemaal nooit niet waar ik last van heb.

Na zo’n zeshonderd keer gecheckt te hebben waar hij woont kom ik tot het besef dat de popo’s besloten hebben het gebruik van telefoons op de fiets te verbieden. Ik moet dus BLIND gaan navigeren naar kakdorp want ik mag wel horen maar niet zien. Dit komt goed. Not. De wijn is op. Ik ga een schone onderbroek aantrekken en weg.

Op een ontzettend relaxed slakkentempo fiets ik door de donkere straten. Herkenningspunten alom. Dit gaat goed. Tot mijn navigatie in mijn oor tettert dat ik links moet afslaan bij de volgende rotonde. Welke rotonde? Drie seconden later moet ik ineens rechts. Nogmaals, waar? Ik ben zo nachtblind als de pest wat betekent dat ik ongeveer zo’n tien meter ver kan kijken. Soms lukt het me niet eens een stoep van een fietspad te onderscheiden wat resulteert in wiebelige en instabiele manoeuvres en daarom rij ik geen auto. Na een minuut of twintig ben ik gearriveerd in kakdorp. Gelukkig ging het vinden naar zijn huis vlekkeloos. Na drie keer het huisnummer te checken bel ik aan.

“Je hebt het kunnen vinden!”

Ja. Ik was ook erg trots op mezelf.

Ik kom binnen in een warm huis. De haard staat te branden, de kaarsjes zijn aan en het ruikt fantastisch. Het is een mix tussen zijn parfum en een geurtje dat me doet denken aan kerst. Dat klinkt echt kut maar ik zweer het, het rook fantastisch. We eten, kletsen en kijken wat tv. Het voelt fijn bij hem in huis. De meeste mannenhuizen zijn kaal en kil. Je kent het wel, een bank, een witte tafel en een tv. Dat was het. Geen kussentjes, geen kaarsjes en vooral geen geur behalve zweetvoeten.

Na het eten staat hij op en loopt naar de haard. Ik zie hoe hij als een echte vent een blok hout in de haard smijt en kan het niet helpen om hier naar te blijven staren en even te genieten van het moment. Vraag me niet waarom, maar het deed me iets. Mijn brein besluit mijn benen het signaal te geven op te staan en naar hem toe te lopen. Ik kom dichterbij hem staan en knuffel hem. Zucht. Wat geeft die man geweldige knuffels. Maar echt. We staan even innig te zoenen bij de haard en ik vraag me af of ik dit nog vaker mag meemaken. Na deze zoensessie kijkt hij me aan, veegt mijn haar voorzichtig aan de kant, legt hij zijn handen om mijn gezicht en fluistert “je bent mooi”. *smelt* Een paar minuutjes later sta ik naar het brandende hout te kijken. Hij komt achter me staan en slaat zijn armen om me heen. Ik leg mijn handen op de zijne, hij legt zijn hoofd op mijn schouder en kust mijn nek en wang. Daar staan we dan. Daar staan we midden in zijn woonkamer samen naar fik te staren. En ik zal je vertellen..

Het was perfect.

XO

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s